Historiek

Situering

In aanloop van de 30ste verjaardag van de Alma-Ata verklaring, in oktober 2008, werd het Actieplatform gezondheid en solidariteit opgericht op 26 juni 2007. Haar eerste doelstelling was de organisatie van de mobilisatiedag "Iedereen gezond?!" op 18 oktober 2008. Het was dé gelegenheid bij uitstek om vakbonden, mutualiteiten, allerhande verenigingen en netwerken, ngo’s en academici, uit heel het land, samen te brengen om zodoende hun krachten te bundelen in een Actieplatform voor Gezondheid en Solidariteit. Samen willen zij sterker staan tegenover een kwakkelend gezondheids- en welzijnsbeleid, en tegenover de belangrijkste sociaal-economische uitdagingen die vandaag en morgen de gezondheid van mensen en gemeenschappen vorm geven.

In deze samenwerking werd onderschreven dat gezondheid een recht voor iedereen is. Ze heeft als doel zich te verzetten tegen de commercialisering van de gezondheids- en welzijnszorg, die leidt tot een systeem met twee snelheden. Gezondheidsdiensten mogen enkel een sociaal doel voor ogen hebben, gezondheid moet dus buiten elke logica van de markt vallen.

We bundelen onze krachten om te waarschuwen voor de gevolgen van de neoliberale politiek op sociaal en gezondheidsvlak. We komen samen op voor een solidair gezondheids- en welzijnsbeleid en gezondheid als recht voor iedereen.

Dit netwerk -dat tot het “Actieplatform Gezondheid en Solidariteit” werd gedoopt- komt op voor een progressief, sociaal en egalitair gezondheids- en welzijnsbeleid, in België, in Europa en wereldwijd, en stimuleert alle concrete initiatieven die daartoe kunnen bijdragen.

 

Interview met Jean-Marie Léonard en Bert De Belder, twee van de stichtende leden van het Actieplatform

Jean-Marie Léonard: Het concrete vertrekpunt was het gezondheidsatelier van het Sociaal Forum van december 2006. Alle organisatoren waren daar toen aanwezig.

Bert De Belder: We kunnen zelfs nog verder teruggaan, toen de derdewereldbeweging in 2005 een gezamenlijke campagne lanceerde: “2015, de tijd loopt”. Dat was een antwoord op de milleniumtop van de VN in 2000. Een van de doelstellingen van die top was om tegen 2015 becijferde resultaten te hebben voor een aantal ontwikkelingsindicatoren.

Intal heeft voor deze campagne een bijdrage geleverd over het recht op gezondheid, wat vertaald werd in een brochure en een dvd met als titel “En een goede gezondheid in 2015!? De lange weg naar gezondheid voor iedereen”. Van bij het begin wilden we een zo groot mogelijk aantal ngo’s en andere verenigingen bijeen brengen. Er kwam een werkgroep met zo’n twaalf ngo’s, waaronder CNCD, Socialistische Solidariteit, 11.11.11 , Wereldsolidariteit, Oxfam Solidariteit maar ook samenwerking met de twee grote mutualiteiten, de christelijke en de socialistische, en met verenigingen voor gezondheidsopleiding zoals Sensoa. Een breed samenwerkingsverband dus rond een wel omlijnd project: de gezondheid in het kader van de milleniumdoelstellingen maar dan vertrekkend vanuit de ruimere visie van recht op gezondheid. We hebben onze brochure breed verspreid, met name binnen de mutualiteiten en ze is ook voorgesteld op de mobilisatiedag van het Sociaal Forum in België, in december 2006, met Valérie Van Belle van de Christelijke Mutualiteiten. Daar hebben Bruno Dujardin, Yves Hellendorff en Jean-Marie Léonard met ons contact genomen en hebben we samen beslist om nog andere krachten aan te spreken, met name de vakbonden van de non profit, om de doelstellingen te verruimen en om progressieve initiatieven rond recht op gezondheid te promoten.

Jean-Marie Léonard: Er was niet alleen de Noord-Zuid-thematiek, ingegeven door het nakende millenium, ook in België was er een probleem van recht op gezondheid met als inzet de commercialisering en de toegankelijkheid van de zorg. Anderen herinnerden eraan dat de 30ste verjaardag van Alma Ata eraan kwam in 2008 en of dat niet een goed gelegenheid zou zijn om... In het atelier was men het er meteen over eens om die verjaardag niet te vieren maar als voorwendsel te gebruiken om de vraag te stellen: waar staan we daar nu mee? Zo wilden we een bepaalde dynamiek scheppen rond de principes die destijds waren opgesteld. Het moest geen colloquium worden om dingen te herhalen die dertig jaar geleden al waren gezegd, maar wel een gelegenheid om een aantal actoren bijeen te brengen die de dingen zouden doen vooruit gaan.

Bert De Belder: De brochure was al goed gelanceerd met sprekers als Jean Hermesse (van de Christelijke Mutualiteiten), Jan Renders (voorzitter van het ACW), Mieke Molemans, (voorzitster van 11.11.11) of Benoît Vandermeerschen (voorzitter van CNCD). Zo werden er banden gesmeed voor een ruime samenwerking. Er kwam ook een opiniestuk in Le Soir en in De Standaard van Marc Justaert, Bernard De Backer en Dirk Van der Roost (Instituut voor Tropische Geneeskunde en Because Health). Er was al een goede verstandhouding tussen de ngo’s en de mutualiteiten, en dan zijn de vakbonden erbij gekomen.

Was er op voorhand al een streven om al die stromingen te bundelen?

Bert De Belder: Nee, dat is tijdens het atelier gebeurd.

Jean-Marie Léonard: Op die dag, en zo staat het in het verslag, dacht men aan “een forum waar alle actoren die werken rond gezondheid bij betrokken zouden zijn: de Fédération des maisons médicales, gezondheidswerkers, patiëntencomités, ngo’s, vakbonden, mutualiteiten, actiegroepen, professoren volksgezondheid, universiteiten, organisaties uit het Zuiden...”

Bert De Belder: Van bij het begin waren er twee pistes: alle actoren rond eenzelfde tafel samenbrengen om samen iets te doen en anderzijds de sleutelideeën van Alma Ata uitdiepen, dwz. een progressieve visie op gezondheid, recht op gezondheid, de rechten van de patiënt en van de gezondheidswerkers. Zonder dat de boodschap, met zoveel actoren, zou verwateren. Ik denk dat we dat bereikt hebben, zoals je kan lezen in de basistekst van het platform dat we later opgesteld hebben.

Was het risico, met zoveel verschillende stromingen die soms tegengestelde belangen verdedigen, niet dat je in een minimale consensus terecht zou komen, een soort immobilisme?

Jean-Marie Léonard: Wel, de ervaring toont aan dat dit niet het geval is geweest. We hebben de tijd genomen om op te schrijven waar we het over eens waren, vanwaaruit we de dynamiek tot stand konden brengen. Op die basis, een duidelijke en progressieve inhoud, hadden de verschillende organisaties geen enkel probleem om toe te treden tot het platform; het probleem zal zijn in welke mate ze precies zullen toetreden tot het project en tot de dynamiek.

Bert De Belder: Er zijn katalysatoren opgetreden tijdens het totstandkomen van het platform: de concrete situatie van de werknemers maar ook de vertoning van de film Sicko (op het Filmfestival van Gent in november 2007). Dit maakte een kritische benadering van de gezondheidssector mogelijk , onderandere omtrent de prijzen van de geneesmiddelen en rond het kiwimodel. Zo kwam er een samenwerking met Dr. Dirk Van Duppen, met de KWB, de Christelijke Mutualiteiten, Ziekenzorg en bepaalde afdelingen van de vakbonden die toegetreden zijn tot het platform.

Jullie zijn dus eerder vertrokken van een analyse van de huidige problemen, dan van een herlezing van Alma Ata.

Bert De Belder: Door de gezondheidscrisis in de wereld worden we geconfronteerd met dringende, scherpe problemen en op dat vlak willen we dan ook optreden. Alma Ata is een algemeen kader waar we inspiratie kunnen halen.

Jean-Marie Léonard: Een aantal leden van het platform hadden in het achterhoofd dat eerstelijnszorg opnieuw in het kader van het recht op gezondheid moest geplaatst worden, net als de huidige problematieken zoals toegankelijkheid van de zorg, de commercialisering enz.

Het colloquium focuste op vijf thema’s: het geneesmiddelenbeleid, de sociale ongelijkheden en de toegankelijkheid van de zorg, de arbeidsomstandigheden van de zorgverleners, de eerste lijn en de commercialisering en privatisering van de zorg.

Jean-Marie Léonard: Dat zijn de vijf hoofdstukken van de platformtekst en de thema’s van vijf werkgroepen. De groepen leverden denkwerk, maakten analyses, kwamen ook met voorstellen waarover gediscussieerd werd om ze te bekrachtigen of te ammenderen tijdens het colloquium van 18 oktober.

Binnen het platform waren we al beginnen werken rond een paar ideeën, zoals de geneesmiddelenproblematiek: er was al een actie bij de minister van Gezondheid rond het kiwimodel en een opiniestuk in de pers.

Hebben de verschillende organisaties op het geheel van de thema’s gewerkt of focusten ze op hun eigen terrein?

Bert De Belder: Naar gelang het thema was er natuurlijk een groepering van bepaalde leden maar in de groep ‘werkomstandigheden’ bijvoorbeeld zaten er mensen uit de vakbonden, de groepspraktijken, de mutualiteiten, parlementairen... In deze groep wilden we net vermijden dat we in de syndicale as van bescherming van de werknemers zouden vastraken in plaats van uit te breiden naar het hele gezondheidsbeleid: zijn het personeel en de human ressources van aard dat ze een progressief gezondheidsbeleid kunnen begunstigen, in de geest van Alma Ata?

En kijk naar de zesde groep, ‘Noord-Zuid’, een groep die apart in de tekst stond, wat we net niét wilden omdat de problematieken van hier ook spelen in het Zuiden, op een andere schaal of onder een andere vorm, maar dat was een toegeving aan de vakbonden en de mutualiteiten die de debatten wilden centreren op België en Europa. We hebben dan een speciale dag georganiseerd rond gezondheid in Noord-Zuidperspectief op 17 oktober, de avond vóór het colloquium, en er zijn 110 mensen komen opdagen. Deze groep blijft goed doorwerken.

Zijn er spanningen geweest, wrijvingen, momenten waarop de meningen van de aanwezige organisaties ver uiteen liepen op welbepaalde punten?

Jean-Marie Léonard: Neen. Bij de voorbereiding was er een echte overeenkomst rond de basistekst en het was duidelijk dat we evolueerden naar het colloquium van 2008.

Er is wel iets gebeurd in september 2007. Sommigen hadden gehoord van de film Sicko* en hadden graag een avant-première georganiseerd. Dan hoorden we dat het ABVV en de Socialistische Mutualiteiten, leden van het platform, samen zo’n avant-première zouden organiseren in Brussel. Wat er natuurlijk op wijst dat de leden van het platform niet de leiding vormen van hun organisatie. Ik ervaar dat het minder makkelijk is dan een paar jaar geleden om de mensen te doen inzien dat ze moeten samenwerken om een doel te bereiken. Dat zien we ook in Noord-Zuidwerking.

Bert De Belder: Je moet gewoon aanvaarden dat als er syndicale acties zijn, dat de mensen eerst als syndicalist gaan reageren en niet als leden van een actieplatform. Zij profileren zich in naam van hun vakbond op persconferenties en in opiniestukken in de pers, ze gaan niet voorstellen om naar buiten te komen onder de koepel van heel het platform, ook al steunen ze dat wel. De media reageren ook verschillend naargelang de auteur van een communiqué... Het platform is nog niet zo goed gekend.

Was er ooit eerder al zo’n ruime bundeling rond gezondheid?

Jean-Marie Léonard: Misschien in de tijd van de GERM (Groupe d’étude pour la réforme de la médecine), maar ik herinner me dat toch niet terwijl juist dat element me aanvankelijk zo enthousiast maakte. Ik had in de jaren ’80 al deelgenomen aan acties, net na Alma Ata, en dus was ik nieuwsgierig maar ik wilde niet naar voor komen als een oudstrijder. Vandaag is er een corporatisme van instellingen ontstaan en ik wilde zien of er een mogelijkheid bestond om opnieuw een aantal actoren van het systeem bijeen te brengen, samen na te denken over het zorgbeleid in België, ook gericht op het Zuiden.

Het platform brengt de progressieve vleugels van verschillende organisaties samen. Zijn er reacties geweest die indruisen tegen jullie ideeën, bijvoorbeeld uit de farmabusiness in het kader van de werkgroep medicamenten?

Bert De Belder: Tijdens de kiwicampagne hebben we natuurlijk conflicten gehad met de bedrijfswereld, maar niet binnen het kader van het platform.

Jean-Marie Léonard: Elke groep zou zijn eigen evaluatie moeten maken, maar we vormen nog niet zo’n bedreiging dat er felle reacties zouden komen op onze voorstellen.

Opvallend aan deze bundeling van zo’n verschillende kringen is dat er iets tot stand is gekomen vanuit een positieve idee: ze zijn niet tégen iets samen gekomen maar voor iets. Welke perspectieven opent dat?

Jean-Marie Léonard: Dat is bezig, er tekenen zich al een paar projecten af. De definitie van de doelstellingen is één ding, de strategie, dat is iets anders en de krachtsverhoudingen die moeten opgebouwd worden is nog iets anders!

Bert De Belder: Samen werken aan een positief project rond gezondheid en solidariteit is niet makkelijk, je moet daar constant mee bezig zijn, het is een werk van lange adem. Maar behalve een paar kleine conflictjes hebben we in een goede groepsgeest kunnen samenwerken en dat belooft voor de toekomst.

Jean-Marie Léonard: We hadden eigenlijk graag gewild dat zo’n forum tot stand kwam in alle landen van Europa tegelijkertijd.

Bert De Belder: En dat is nog altijd een perspectief: we zijn met het platform naar het Europees Sociaal Forum in Malmö geweest waar we een internationaal en Europees atelier hadden rond de commercialisering. De idee van een Europees netwerk raakt verspreid en we kunnen in die zin verder werken.

 

Actieplatform Gezondheid & Solidariteit
Haachtsesteenweg 53
1210 Brussel
+32(0)2/209 23 64
info@gezondheid-solidariteit.be
IBAN: BE21 5230 8060 9503
Ondernemingsnummer: 0535.605.294

Nieuwsbrief

Volg ons