Skip navigation.
Home

Resultaten mobilisatiedag IEDEREEN GEZOND!?

Mobilisatiedag IEDEREEN GEZOND?! - Actieplatform gezondheid en solidariteit

Tijdens de mobilisatiedag op zaterdag 18 oktober 2008, naar aanleiding van de 30ste verjaardag van de Alma Ata verklaring, kwamen 350 deelnemers samen om verschillende thematieken rond de gezondheidszorg in België en daarbuiten te bespreken. Hieronder vindt u het resultaat terug van deze verrijkende mobilisatiedag met enkele concrete voorstellen en pistes voor de toekomst.

1. Sociale ongelijkheid en toegankelijkheid tot gezondheidszorg

Gezondheid is erg ongelijk verdeeld in de wereld. In België word je gemiddeld 79 jaar, in Sierra Leone amper 42. Volgens een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie is de grootste killer op wereldvlak niet malaria, tbc of aids, maar sociale onrechtvaardigheid.
Er bestaat een direct verband tussen je sociaal-economische toestand en je gezondheidstoestand, samen te vatten als « hoe armer, hoe zieker ». En dat geldt ook voor ons eigen, rijke landje. Behoor je hier tot de zwakste sociale klasse, dan heb je 45 procent meer kans om binnen het jaar te overlijden dan wie bovenaan de sociale ladder staat...

Wij willen de regering herinneren aan haar Federaal Plan van Armoedebestrijding en willen dat de engagementen die daarin zijn opgenomen, tot op de letter worden gerealiseerd.
Een betere toegang tot de zorg door de financiële en administratieve obstakels weg te nemen. Niemand mag nog voor een gesloten hospitaaldeur staan omdat hij geen voorschot kan betalen. Het systeem van de derde betaler moet vereenvoudigd en verbeterd worden.
De regering beloofde ook meer en betere informatie om de toegang tot de zorg te vergemakkelijken voor mensen met financiële problemen. De gezondheidskaart van het OCMW en het OMNIO-statuut zijn daar voorbeelden van.

Maar wij willen vooral dat er een globale aanpak komt van de sociaal-economische ongelijkheid in de gezondheid. Het gaat erom om altijd en overal oog te hebben voor de sociale factoren die gezondheid bepalen, en om daarop in te spelen om de ongelijkheden in gezondheid op duurzame wijze te kunnen verminderen.

2. Eerstelijnszorg

Gezien de steeds complexer wordende gezondheidsproblemen, hebben we steeds meer nood aan een globale visie op de situatie. De huisarts kan hierbij een belangrijke rol spelen door alle informatie, komende van de experts, als een puzzel in elkaar te passen. We vragen dan ook de erkenning en de financiering voor deze functie van de huisarts, die de patiënt het best kan begeleiden en ondersteunen.

We wensen ook dat de politiek op het vlak van gezondheidszorg rekening houdt met alle factoren die bijdragen tot welzijn. Er moet een einde komen aan de steeds grotere segmentering binnen de gezondheidszorg, waardoor de trajecten voor de patiënten en het werk van de eerste lijn steeds ingewikkelder worden.

We vragen ook de erkenning en de nodige financiering voor de verschillende taken die onder de eerste lijn vallen, zoals preventie, de invloed van omgevingsfactoren en ook de psycho-sociale aspecten. Interdisciplinatiteit, toegankelijkheid en kwaliteit zijn hierbij de sleutelelementen.

Coördinatie tussen de verschillende « beroepen » binnen de eerste lijn, alsook de coördinatie tussen de eerste en de tweede lijn zijn hierbij fundamenteel. Deze coördinatiefunctie moet dan ook als dusdanig erkend worden en de nodige middelen krijgen.

Het belang van interdisciplinariteit moet ook geïntegreerd worden in de opleiding van de zorgverstrekkers. Het wordt ook hoog tijd dat er middelen vrij komen voor onderzoek naar de functionering van de eerste lijn in België, zodat er meer waarborgen zijn voor de kwaliteit en de efficiëntie ervan.

De toegang tot de eerste lijn moet zo groot mogelijk zijn. Culturele, geografische en financiële obstakels moeten dan ook zoveel mogelijk worden weggewerkt. Vandaar dat we pleiten voor het volledig gratis maken van de eerste lijn.

Er bestaan reeds een aantal tools die ons kunnen ondersteunen in het bereiken van deze doelen; bijvoorbeeld het Globaal Medisch Dossier (GMD) dat ervoor zorgt dat de bestaande informatie meer gecentraliseerd wordt; het OMNIO-statuut dat een aantal financiële obstakels wegneemt voor toegang tot gezondheidszorg. Deze tools bereiken echter te weinig de vooropgezette doelstellingen en ze zijn ontoereikend. Er moet verder aan gesleuteld worden om dichter te komen bij het principe van « primary health care for all ».

3. Geneesmiddelenbeleid

Geneesmiddelen zijn in veel gevallen een onmisbaar hulpmiddel bij het bestrijden van ziekte. Maar achter geneesmiddelen zit een geneesmiddelenindustrie, een farma-business voor wie hun maximale winst centraal staat. Medicamenten hoeven helemaal niet zo duur te zijn als we soms denken!
Voor de prijs van één doosje paracetamol, de meest gebruikte pijnstiller/koortsremmer in België, heb je in Nederland 8 doosjes in de supermarkt en 6 doosjes in de apotheek. Dit dankzij een gecentraliseerde aankoop door de overheid, na een openbare aanbesteding, waarbij alleen die producent mag leveren die paracetamol het goedkoopst aanbiedt.
In Nederland hebben nu ook de (private) zorgverzekeraars een aantal veel voorgeschreven geneesmiddelen in een systeem van aanbesteding gestoken. Ze konden van de farmaceutische firma's prijsdalingen van meer dan 90% verkrijgen.

We willen ook met een kritische blik kijken naar de kwaliteit van de voorschriften en naar de bestaande informatie voor artsen en patiënten. Want met commerciële informatie ga je minder goed voorschrijven en kiezen voor duurdere producten; onafhankelijke informatie leidt tot meer kwaliteit in het voorschrijven en tot een kostenbesparing. Maar het lijkt wel vechten tegen de bierkaai. Want het budget voor de commerciële marketing van geneesmiddelen bedraagt 400 miljoen euro per jaar – tegenover amper 1 miljoen per jaar voor onafhankelijke geneesmiddeleninformatie.

We vragen dat de overheid de commerciële beïnvloeding van arts en patiënt aan banden legt en meer investeert in onafhankelijke informatie. De marketingbudgetten van de farma-industrie moeten verplicht transparant worden gemaakt. De overheid kan er ook een taks op heffen, zoals het geval is in Frankrijk. We vragen een verdubbeling van de huidige budgetten voor onafhankelijke informatie. En de navorming van artsen moet zonder sponsoring van de farmaceutische industrie.

Om de prijzen van de geneesmiddelen te verlagen schuiven we het kiwi-model naar voor:
1.Dankzij de centrale aankoop via openbare offerte kan het griepvaccin gratis worden en direct beschikbaar bij de huisarts, zonder dat het meer kost voor de ziekteverzekering.
2.Als de minister van Volksgezondheid een openbare aanbesteding zou uitschrijven voor paracetamol, met een preferentiële terugbetaling voor de producent die de laagste prijs biedt - zoals nu reeds gebeurt voor aspirine ter preventie van hart- en vaatziekten – dan zal de prijs fors dalen en kan paracetamol voor chronische pijnpatiënten volledig worden terugbetaald zonder meerkost voor het RIZIV.

Vooral in het belang van het Zuiden vragen we dat het TRIPS-akkoord van de Wereldhandelsorganisatie, dat het patentrecht op geneesmiddelen verlengt tot minimum 20 jaar, ongedaan wordt gemaakt. Zolang het akkoord bestaat, moeten alle maatregelen ondersteund worden die het TRIPS-akkoord omzeilen of die uitzonderingen toestaan, om ook medicamenten onder patent goedkoper te kunnen produceren en verkopen.

4. Arbeidsomstandigheden in de zorgsector

Er wordt veel gesproken over het tekort aan personeel binnen de gezondheidszorg. Vooral het tekort aan verplegend en verzorgend personeel is vaak schrijnend. Het is dan ook geen gemakkelijke job, met veel werkdruk, onregelmatige uren en ook veel fysieke en mentale last. Bovendien wordt het beroep vaak te weinig geapprecieerd in onze maatschappij, vooral door werkgevers en artsen. We zien dan ook dat heel wat verpleegkundig personeel het beroep na een tijd laten voor wat het is.

Om dit tegen te werken moet er enerzijds meer personeel worden tewerkgesteld in de zorgsector. Anderzijds moeten we ook stilstaan bij de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Dit is trouwens niet alleen van belang voor de werknemers, maar ook voor de kwaliteit van de zorg en dus in het belang van iedereen die ziek wordt!

Er is ook nood aan een zeker leadership op verschillende niveaus:
Op federaal en regionaal niveau door een interministeriële conferentie bijeen te roepen met de verschillende bevoegde ministers voor gezondheid, werk en onderwijs.
Op het niveau van de ziekenhuizen, rusthuizen en thuiszorg hebben we ook nood aan diensthoofden die beter opgeleid zijn op het vlak van de interne organisatie met meer aandacht voor de omkadering van het personeel (uurrooster, psychologische ondersteuning, supervisie,...).
Op het niveau van het sociaal overleg, de sociale partners moeten meer aandacht schenken aan de kwalitatieve maatstaven van het beroep.
Het personeel kan niet behandeld worden als koopwaar. Het is alarmerend vast te stellen dat in het Zuiden en in de nieuwe lidstaten van Europa opgeleid personeel wordt weggehaald om hier te komen werken. Dat is niet alleen geen structurele oplossing voor het tekort waarmee we hier worden geconfronteerd, maar het brengt eveneens de zorgverlening in andere landen in moeilijkheden.

5. Commercialisering van de gezondheidszorg

De commercialisering van de zorg is in België nog niet zo tastbaar als in de film Sicko van Michael Moore wordt geïllustreerd, maar dringt zich ook hier steeds meer op. In de verzorgingssector is de vermarkting al het verst gevorderd. Grote financiële groepen investeren in rust- en verzorgingstehuizen en bezitten momenteel al bijna een derde van alle rusthuizen in België. Voor de oprukkende privé-verzekeringsmaatschappijen zijn jonge, rijke en gezonde klanten interessanter dan oude, zieke en arme mensen, die juist het meest nood hebben aan een goede verzekering.

Ons huidig model van gezondheidszorg en sociale diensten is gebaseerd op de principes van solidariteit, kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Commercialisering en marktprincipes ondermijnen deze waarden en leiden tot een verdere dualisering, tot een gezondheidszorg met twee snelheden. De zorgsector moet een niet-commerciële logica volgen, want gezondheid is geen koopwaar, maar een recht.

Wij vragen aan de regering om de sociale zekerheid, met zijn solidariteitsprincipes, te vrijwaren. De nationale, regionale en lokale overheden moeten tijdig inspelen op nieuwe behoeften, zodat commerciële actoren de kans niet krijgen om de ‘gaten’ in het aanbod op te vullen. Dit geldt in het bijzonder voor de ouderenzorg, de kinderopvang en de bouw of verbouwing van ziekenhuizen.

De overheid moet kunnen beslissen om minder subsidies toe te kennen aan commerciële actoren. Ze moet de voorwaarden vastleggen waaraan zorgverstrekkers moeten voldoen: kwaliteitscriteria, juridische vorm, werking. En ze moet de toekenning van subsidies beperken tot de zorgverstrekkers die op die basis zijn erkend.

De Belgische wetgever kan initiatieven nemen om de gezondheidszorg en de sociale diensten wettelijk af te schermen van de markt. En op Europees niveau kan België hetzelfde doen door te pleiten voor een Europese richtlijn over de (sociale) diensten van algemeen belang.